Stichting Lotusbloem steunt Sri Lanka
Home Over Lotusbloem Open het forum Foto's Contact informatie
Contact informatie
Ariane van Meerland
Femke Sikkema
Ger Rolsma
Harold Harkhoe
Hugo van Veen
Marcel Rooth
Marjan Strijland
Ronne Geelen
Sander van Hulsenbeek
Vincent van Meerland
Willem Strik

Marjan Strijland

Het persoonlijke verhaal van Marjan Strijland, samen met Hugo van Veen.

We zijn zaterdag 1e Kerstdag om 14:00 aangekomen in het hotel. Idyllisch klein hotelletje, appartementencomplex (twee woonlagen) direct op het strand. Voor deur uitlopen, 4 meter tuin, twee meter palmbomen, strand. 32 graden, windstil, blauwe lucht. Prima kamer met badkamertje. All Inclusive bandje om: op naar de cocktail bar!. Wat mij betreft helemaal top.

Marjan zegt: dit is niks, dit voelt niet goed. Ik wil hier weg. Ik ben verbijsterd en we kibbelen. Marjan zegt letterlijk: bel Arke dat ze ons hier weghalen. We eten buiten bij het zwembad (grenst aan zee) en drinken veel wijn onder de volle maan. Om ongeveer drie uur zijn we gaan slapen.

We zetten de wekker om 10 uur (dan zijn we te laat voor ontbijt, maar wat maakt dat uit). Ik word om 08:30 merkwaardig genoeg spontaan wakker (het is dan dus 03:30 Nederlandse tijd) en spring in een zwembroek. Ik maak Marjan wakker die - tegen haar gewoonte - onopgemaakt om 09:00 meeloopt langs het strand naar de eetzaal (vier blokken verder op). De zee ziet er volledig normaal uit, ik heb zeker geen rare dingen gezien. Het is opnieuw stikheet, windstil, blauwe lucht zeer rustig. Marjan herhaalt dat ze het allemaal niets vindt (ik reageer maar niet, maar zit wel te balen). We lopen de trap op naar het restaurant en kijken nog even om naar zee. De zee stijgt plotseling tot aan aan de palmbomen, een volgende laag (golf is een verkeerd woord, er is geen golf) spoelt in het zwembad. Geluid van omvallende strandstoelen, gegil van de hotel staf. De volgende laag water spoelt met meer geweld over het zwembad en in de lager gelegen receptie. Geluid van brekend glas, meer gegil. Ik gris de sleutel uit handen van Marjan en begin te rennen naar het appartement (over de balustrade op de eerste etage), net als ik naar beneden wil (de woonlaag van ons appartement), zie ik een wal water van zo'n 7 meter op het hotel afkomen. Deze slaat - net onder de balustrade - de gehele begane grond weg. De zee trekt honderden meters terug en herneemt vrijwel onmiddellijk zijn normale patroon. Ik wandel terug naar Marjan en zeg: zo nu eerst maar eens ontbijten. We bakken snel een eitje, nemen wat koffie (en zijn dus eigenlijk in shock). Mensen gillen om ons heen, wij zitten enkele minuten rustig te ontbijten.

What on earth was dit geweest?. Het duurde alles bij elkaar misschien 2 minuten. En er klopt iets niet aan de ervaring. Op eens weet ik het: er was geen wind. Het ging allemaal rustig en resoluut, maar er was geen wind. Alsof iemand een emmer leeg gooide, een bad liet vollopen.

Iemand gilt herhaaldelijk de naam van zijn kind (?) met overslaande stem, dat gaat door merg en been. Ik besluit te kijken wat er van de kamer over is en spreek met Marjan af dat zij in het restaurant blijft. Ik loop naar de kamer en tref een doorzon woning aan. De voormuur zit geplakt tegen de achtermuur, er mist een bed, het meubilair is gecrashed en ligt tot aan het plafond opgestapeld. Het appartement zit onder een laag van 10 centimeter modder, palmtakken, stenen, glas. Ik zie geen enkel stuk van onze bagage. Ik besef dat ik behoudens een zwembroek, polo en zonnebril helemaal niets meer heb. Geen telefoon, geld, ticket, kleding, koffer, bril, fotocamera's (had op Schiphol nog een supermooie nieuwe digitale Sony gekocht). Ik besluit achter het hotel te gaan zoeken naar spullen en tref totale chaos aan. Verwilderde mensen rennen heen en weer, het vlakke gebied achter het hotel (250 meter tot aan de spoorlijn naar Galle) ligt bezaaid met onherkenbare rotzooi. Ik vind her en der spullen van ons. Pakjes Barclay, tientallen. Onderbroek, een paar sokken. De oplader van mijn camera. Een handdoek van Marjan hangt in een palm boom. De hotelstaf krijst dat er een nieuwe golf aankomt en begint mij weg te duwen landinwaarts.

Dat gaat niet door natuurlijk. Marjan zit nog in het hotel. Ik ren terug (op blote voeten) door de alley tussen de appartementen, onder mijn voeten krioelen honderden heremietkreeften richting zee. Het voelt als een SF-film. Ik ren over het strand terug naar het restaurant. Marjan is daar niet. Godverdomme!. We hadden afgesproken dat ze daar zou blijven. Zij is door de staf naar buiten gedwongen - zo blijkt later - en zoekt op straat naar mij. Ze is mij kwijt en ik haar. Men zegt: er komt nog een golf!. Onderkoelde paniek. We zijn elkaar zeker 15 minuten kwijt, dat heeft er bij Marjan hard ingehakt. Op straat schoksschouderen we heel even tegen elkaar aan alvorens we gaan zoeken naar spullen. We negeren de waarschuwing voor een nieuwe Tsunami (wat is dat eigenlijk precies), later blijkt terecht. De zee zal zich niet meer misdragen.

De vader roept nog steeds om zijn kind. Later blijkt dat het zoontje van 10 uit de eetzaal nog even naar de kamer was teruggelopen om iets te pakken. Hij is in het appartement verrast door de zee, deze sleept hem 200 meter terug in zee en werpt hem door de palmbomen, door het appartement, over de weg, door de palmbomen tegen het talud van de spoorlijn. De jongen heeft wat schaafwonden en een snee in zijn enkel. Onbegrijpelijk.

We worden naar een klooster gebracht op zo'n kilometer afstand van de kust. De boeddhist vangt ongeveer 200 mensen op. Er blijft angst voor een nieuwe golf. Om het uur wordt deze weer aangekondigd. De waarschuwingen maken geen indruk meer en Marjan en ik gaan zoeken naar spullen. Marjan vind haar portemonnee met inhoud gewoon op de stoep, ik vind een koffer en we verzamelen wat kleding stukken. Gelukkig vind ik ook nog twee gelijke schoenen.

We beseffen dat we aan de dood ontsnapt zijn. Twee a drie minuten later uit de kamer had een wisse dood betekend.

Ondertussen: geen idee wat dit betekent allemaal. Geen radio, geen televisie, geen telefoon. Om een uur of 11 komt en een bebloede engelse met haar zoon aanlopen . Zij scheldt ons uit: "fucking idiots. You are worrying about your luggage. I might have lost my husband. He was surfing at sea." Jeetje, er is dus misschien ook iemand doodgegaan.

Om 12 uur meldt de monnik dat in het aangrenzende Galle inmiddels 800 lijken zijn binnen gebracht. De Nederlandse teletekst meldt op dat moment dat er wellicht 1500 doden zullen zijn in Sri Lanka. Wij weten dat dat onzin is, dat zijn er dus minstens 20000. Het dorp aan de andere zijde van het hotel is van de aardbodem verdwenen, en schijnen honderden lijken in de baai te drijven. Het besef dat 500 meter naar rechts en 500 meter naar links de zee heeft toegeslagen en dat er in ons hotel geen (?) slachtoffers vallen is gekmakend. Wat heeft de oppermacht voor ogen gestaan toen hij de toeristen besloot te ontzien en lokale bevolking besloot te decimeren.

De monnik zegt dat er zoveel mensen verdronken zijn omdat SriLankanen niet (!) kunnen zwemmen. Men is traditioneel zeer bang voor water, je gaat er maar in tot aan je knieën. Wat gebeurt er met je als onder water raakt terwijl je niet kunt zwemmen en bang bent voor water.




Ontwerp door MichaelSoft. Domein beschikbaar gesteld door RK Data Facilities       Valid HTML 4.01!   Valid CSS!